Pabo eist negen voor Nederlands
De pabo stelt bijzonder hoge eisen aan de taal- en rekenvaardigheid van haar studenten. Voordat studenten beginnen aan hun afstudeerpracticum moeten ze een acht hebben voor rekenen en een negen voor Nederlands. Klachten zijn bij opleidingsmanager Smulders niet bekend.
Opleidingsmanager Petra Smulders gaat in Havana 17 uitgebreid in op het niveau van de pabo van de HvA, die eind vorig jaar door onderwijsbond AOb werd uitgeroepen tot slechtste van het land. Ze stelt daarin dat studenten die geen acht voor rekenen en wiskunde en een negen voor Nederlands noodzakelijk zijn om te kunnen afstuderen. ‘We willen dat onze studenten het beste uit zichzelf halen: hun eigenniveau in deze vakken moet ver bovengemiddeld zijn.’ Smulders is er van overtuigd dat dit kan. ‘Het staat gewoon in de Onderwijs en Examen Regeling.’
Jim Grigoleit, secretaris van de examencommissie van de opleiding, nuanceert dat wat: volgens hem staat het in de studiegids, een uitwerking van het OER. Hij wijst er verder op propedeusestudenten een zeven moeten halen voor Nederlands. Zo niet, dan volgt er een BAS.
De vraag is natuurlijk: kan dat zomaar? Hoofd juridische zaken Kees Koppenol vindt het een lastig verhaal. ‘Een opleiding kan eisen dat studenten bepaalde vakken met goed resultaat afsluiten voor ze aan hun afstudeerfase beginnen. Maar het lijkt me lastig om een acht of een negen te eisen. Een zeven eisen voor Nederlands in de propedeuse zou in een beroepszaak geen stand houden.’ (TdO)





