Wiskundeketen moet sterker
Wiskunde is een te grote hobbel voor eerstejaars techniek. Dat stelt Piet Gilissen, directeur van ingenieursinstituut Kivi-Niria, die vorige week forse kritiek uitte op de opleidingen.
In zijn opinieartikel op website Scienceguide houdt Gilissen hogescholen net zo verantwoordelijk voor slechte wiskunderesultaten als het voortgezet onderwijs. Volgens hem wordt dat veroorzaakt door het feit dat veel techniekstudenten zonder wiskunde-B aan hun hbo-opleiding zijn begonnen.
Met alle gevolgen van dien. Gilissen geeft een niet bij name genoemde techniekopleiding als voorbeeld: 180 startende studenten, waarvan er veertien hun wiskundetentamen met een voldoende volbrachten. Van de rest hadden er negentig een één.’
Domeinvoorzitter Techniek Gerard van Haarlem beaamt dat wiskunde – net als de andere exacte vakken – voor velen een struikelblok is. Maar aan aanpassing van de instroomeisen om tot grotere instroom te komen, doet men bij het domein Techniek niet. Waar komen die problemen dan vandaan? Van Haarlem: ‘In het voortgezet onderwijs is het wiskundepakket de afgelopen jaren anders dan voorheen. Studenten met deze achtergrond stromen het hbo in met een andere bagage dan gebruikelijk was. In ons onderwijs moeten we daar rekening mee houden, en we zullen onze programma’s aanpakken.’
De domeinvoorzitter wijst bovendien op de ketenaanpak die vorig jaar op een conferentie van de HvA is bepleit. Met het werkveld, vertegenwoordigers uit het voortgezet onderwijs, het mbo, vertegenwoordigers van hogescholen en universiteiten is toen gesproken over het gewenste niveau en zijn er plannen gemaakt om de aansluiting tussen de verschillende stappen in de keten te versterken. ‘Zo hebben we doorstroomprogramma’s waarin we mbo’ers in hun laatste jaar op het roc alvast laten wennen aan het niveau.’ (TdO)





