Weekgast Yvonne Verstappen
Yvonne Verstappen (communicatieadviseur Amstelcampus) zet zich in voor de Kaisahang Buhay Foundation (KBF) in de Filippijnen. Deze organisatie houdt zich bezig met pleegouderschap en adopties. Ook hebben zij een huis voor alleenstaande moeders en een weeshuis. Yvonne geeft adviezen over hygiëne, inlichting over voorbehoedsmiddelen en biedt extra hulp daar waar dat nodig is.
Maandag 21 februari:
In weeshuis White Cross moet ik erg wennen. Er zitten veel beperkingen aan mijn bezoek. Zo mag ik alleen met de socialworker rondkijken. De eerste dag ontmoet ik honderd kinderen tot zes jaar oud. Ik heb snel hun vertrouwen gewonnen en kan mijn eigen gang gaan als vrijwilliger.
Vandaag geef ik aandacht aan de groep van anderhalf tot twee en een half jarigen. Negentien kindjes staan de hele dag in hun ledikantjes zonder speelgoed. De verzorgers halen hen er alleen uit om de baby's te verschonen en te wassen. Soms is daarvoor maar één leidster aanwezig. Het eten bestaat uit flesjes melk en bakjes rijstwater en wordt staand vanuit hun bedje aan hen gevoerd. Daarvan breekt mijn hart. Ik leer alle kindjes een high five en geef ze stuk voor stuk aandacht. De meesten willen gelijk opgetild worden.
Het is opvallen dat de kleintjes achterlopen in de ontwikkeling. Niemand kan goed praten. Ik vraag de leidster of ik muziek op mag zetten en dat pakt goed uit. Na korte tijd dansen we met zijn allen.
Dinsdag 22 februari:
Natuurlijk is het ook afzien hier in hoofdstad Manilla. Het is druk en vies. Verkeer rijdt kris kras door elkaar en er hangt overal smog. ‘s Avonds is je gezicht zwart van alle uitlaatgassen.
Ik verblijf in een ontzettend arme buurt. Af en toe sta ik een uur te wachten op een taxi, met mijn slippers in de modder, terwijl kakkerlakken langs mijn tenen kruipen. Als ik besluit de lokale jeepney –een verlengde Filippijnse jeep- te nemen, zit deze vaak overvol en breek ik bijna mijn rug door de lage plafonds.
Aangekomen bij het weeshuis houden de kindjes een middagdutje. Ik besluit in de buurt op zoek te gaan naar eten. Een meisje op straat houdt een stuk pizza vast. Ze wijst mij op een smerig stalletje midden op straat. Ik sla het eten toch maar over en wacht tot ik vanavond bij de pizzahut in de Mall langs kan.
Woensdag 23 februari:
Vandaag houd ik mij bezig met de twee en drie jarigen. Een van de jongetjes zit hard te huilen. Wanneer ik hem optil, slaat hij zijn armpjes om mijn nek en laat niet meer los. Ik hoor dat hij een paar weken eerder door zijn moeder is afgegeven.
Een ander kind valt van tafel met zijn hoofd op de betonnen vloer. Ik schrik me rot. De care-takers maken geen aanstalten hem op te tillen. Ik ren naar hem toe en leg een koud doekje op zijn voorhoofd. De caretakers moeten om mij lachen, want ik heb het verkeerde doekje gepakt. Een schoonmaakdoekje.
De care-takers stressen zich een ongeluk, want alle kinderen moeten schoentjes aan. Dat staat netjes voor de sponsorparty op de binnenplaats. Rijke locals delen hier doosjes spaghetti en drinken uit.
Donderdag 24 februari:
In het Nazareth Home voor alleenstaande moeders wonen zeventien meisjes. Ik praat met de socialworker over de situatie van elk meisje. Veel zijn verkracht door familieleden. Zo ook Jessa. Ze is hoogzwanger verstoten uit haar gezin. Ze wordt hier opgevangen om haar baby te krijgen. We hebben een goede klik en ze vraagt of ik bij haar bevalling wil assisteren.
Vanmorgen kreeg ik een smsje dat Jessa ‘in labour’ is en of ik kom helpen. Opgewonden neem ik de jeepney naar het tehuis. Jessa ligt in de bevallingskamer met rugweeën. Ik masseer haar onderrug. De vroedvrouw maakt een tafeltje klaar met attributen en kleedt zich om. Ik moet hulp bieden aan het voeteneinde op de baarkruk.
Als eerste zie ik dat het een meisje is en heb de glibberige baby in mijn armen. Een bijzonder moment. Vervolgens assisteer ik met hechten door een bureaulampje vast te houden. Ik geef Jessa en gouden armbandje cadeau omdat ze het zo goed gedaan heeft.
Vrijdag 25 februari
Ik ben aangekomen op Boracay Island. Dit tropische paradijs is luxueus en toeristisch. Toch is er een keerzijde wanneer je het binnenland intrekt. Het is er ontzettend armoedig. Kerken zetten zelfs voedingsprojecten op voor de plaatselijke bevolking. Ik bezoek hier een kinderdagverblijf en een aantal schooltjes. Met twee weekendtassen vol cadeaus trek ik door de armste buurten en ga op verschillende huisbezoeken met mijn locale contactpersoon.
Vanmorgen heb ik de hele bakker leeg gekocht. Het enige wat men hier eet zijn bakjes rijstwater. In het dorp ontmoet ik een groep kinderen die ik uit moet leggen waar Nederland ligt. Degene die de hoofdstad raadt, krijgt een cadeautje. Ik vertel dat de stad begint met een A en krijg Azie, Afrika en Alaska naar mijn hoofd geslingerd. ’s Middags ontmoet ik een moeder wiens baby ontzettend veel uitslag heeft. Ik koop een antibiotica crème, een lading luiers en babyzeep. Aan de apotheek vraag ik haar in het Filippijns uitleg te geven over de hygiëneaanpak.
Morgen vlieg ik terug naar Nederland. Dit was alweer mijn vijfde bezoek aan de Filippijnen.





