De koningin, bonussen en de CMR

‘Nou, bijzonder is dat de koningin deze week jarig is. Nee, ik ben niet uitgenodigd. Ik heb haar wel een paar keer ontmoet en ook met haar gesproken. Dat is toch wel een bijzondere ervaring. Ik ben opgegroeid met een groot respect voor het koningshuis. Eens in de twee jaar word ik uitgenodigd voor de nieuwjaarsreceptie van de koningin. Maar de eerste keer dat ik haar wat langer ontmoette was ik toch wel nerveus, beetje een knoop in mijn maag. Dat was bij de opening van de bibliotheek Bijzondere Collecties van de UvA. Ik moest toen ook een toespraak houden. Normaal lees ik een toespraak nooit voor maar ik had ‘m toen uitgeschreven en deels las ik de toespraak voor. Onwillekeurig word je geïmponeerd door het gebeuren, door het protocol en alle rituelen. Daar moet je toch aan wennen. Er is bijvoorbeeld een regel dat je de majesteit niet aanspreekt. Je moet wachten tot ze jou aanspreekt. Het koningschap heeft toch een magie waaraan je je niet kunt onttrekken. We gaan in de naaste toekomst nogal wat gebouwen openen. Daar zal ze hopelijk bij aanwezig zijn.’
Wat vindt u van het idee om studenten te betalen voor goede prestaties. Als je bijvoorbeeld in een jaar je propedeuse behaalt krijg je een bepaald bedrag uitgekeerd?
‘Nee, geen goed idee. Zo’n soort financiële prikkel is verkeerd. Ik vind het niet verkeerd dat studenten betalen voor hun studie. Dat levert ook een prikkel op. Je betaalt ervoor omdat het iets waard is en daarom moet je je best doen.’
De CMR verkiezingen komen er aan (rond half mei). Wat moeten we nou doen om ervoor te zorgen dat er deze keer veel meer studenten gaan stemmen?
‘Dat zo lastig. Er zijn veel betrokken studenten maar de bestuurlijke participatie is zeer beperkt. Dat geldt ook voor het studentenleven. Dat heeft te maken met het feit dat ze hun sociale leven voor een gedeelte buiten Amsterdam hebben. Ze wonen elders. Ik hoop dat we er met de Amstelcampus in zullen slagen om die participatie te optimaliseren. Daar komen immers allerlei voorzieningen die van belang zijn voor een intensiever studentenleven. Denk aan sport, uitgaan, wonen, enzovoorts. De voornwaarden zullen daar dus beter zijn.’
Gaat u nog op vakantie?
‘Nee, maar ik maak wel gebruik van de vrije dagen die we allemaal hebben. Op 5 mei ga ik met mijn kinderen op de jaarmarkt in Oegstgeest spullen verkopen. Om half zes ’s ochtends zitten we er al want dan komen de echte koopjesjager. Nee, ik verkoop niet mijn schoenen en broeken. Vooral cd’s en boeken. De opbrengsten gaan natuurlijk volledig naar mijn kinderen.’
(PvdW)





